Groeten uit Tjideng

groeten uit tjideng

Mag ik uw aandacht vragen voor het pas verschenen, postuum gepubliceerde boek “Groeten uit Tjideng” (“met ons gaat het goed”) van Dicky Douw-Vos. Zij was van 1943 tot 1945 geïnterneerd in Tjideng.

Samenvatting: Na de Japanse aanval op Singapore evacueert Dicky Douw naar Batavia, waar het veilig zou zijn. Maar nee hoor. Ze wordt geïnterneerd in het Tjideng kamp in Batavia, met twee kleine kinderen. Vanaf Singapore maakt ze aantekeningen en houdt dagboeken bij. Haar verhaal, deels in dagboekvorm, is met veel gevoel voor humor opgeschreven, maar ergernis en wanhoop nemen al snel de overhand. Hoe was het, met tienduizend vrouwen op een kluitje te wonen… Met zich misdragende én zich goedgedragende Japanners, Nederlanders en Indonesiërs. Ook de tijd na de bevrijding, op 24 augustus 1945, en de repatriatie via Australië komen aan bod.

Om u een idee te geven van de inhoud en de stijl van het boek hieronder enkele fragmenten uit “Groeten uit Tjideng”

Proloog
Maart 1942

Op een dag kwam mijn broer Jan, die bij de stadswacht was ingedeeld, me vertellen dat ik zo gauw mogelijk ook naar Australië moest zien te komen. Hij zou wel voor geld zorgen, want dat had ik niet. Hij was erg somber en zei: verdwijn zo gauw mogelijk, het gaat mis!(…)De woorden van Jan hadden echter wel indruk gemaakt en ik besloot gehoor te geven aan zijn raad. Maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik had geen relaties, en moest dus de gewone weg bewandelen via passagekantoren. Eerst ging ik naar de KPM en vroeg daar de chef personele zaken te spreken. Ik vroeg hem mij te helpen naar Australië te komen, waar mijn man zat, in dienst van de KPM. Tegen betaling. En een beetje vlug, met het oog op de baby. De man bekeek me of ik niet goed snik was. Hij dacht natuurlijk dat vrouwen in mijn toestand altijd een beetje vreemd doen en zei sussend: ‘Mevrouwtje, u zit hier volkomen veilig tussen uw eigen mensen, ik ga toch ook niet weg?’

Militair Kampbestuur/Sonei
1 oktober 1944

(…) Toen ik weer bijkwam lag ik in de schaduw. Iemand was me aan het bewerken met ijs en ik had daar wel altijd willen blijven liggen. Maar ik kon al snel weer overeind staan, was alleen een beetje duizelig. Ik hoorde toen, dat iedereen pannen en tassen moest gaan halen, omdat Sonei persoonlijk eten zou gaan uitdelen. Het was wel een gedoe, we werden steeds heen en weer gedreven, van de toko naar de pasar, een stoffige, bezwete, vermoeide massa, gewapend met tassen, pannen, stoeltjes, kinderen. Alles liep verward door elkaar heen, maar toch had tenslotte iedereen in deze chaos wat eten, dat bestond uit brood, groente, fruit en vlees, niet eens zo gek, maar erg, erg weinig. Maar we mochten het niet naar huis brengen. We moesten het achterlaten op de pasar en werden toen weer in rijen gezet en geteld. Pas ’s avonds om half tien, 7.5 uur na het begin dus, mochten we onze rantsoenen van de pasar ophalen en naar huis gaan.

U kunt op de website groetenuittjideng.nl hier meer informatie over lezen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*